Wegkruis 8: Oude Akerstraat - kerk
Wegkruisen
Details | |
Locatie | Aan de kerk |
| Breedtegraad | 50.84739° N |
| Lengtegraad | 5.76419° E |
| Opschrift | Fam. Neys |
| LB-nummer | geen |
Het
is niet echt een wegkruis, maar het grote kruisbeeld dat naast de kerkdeur
onder een afdakje en achter een gietijzeren hekwerk tegen de kerkmuur hangt, is
een bijzonder onderdeel van ons ‘kruisen-erfgoed’, en dus onze aandacht waard.
In
de ‘Kerkcollectie digitaal’ van het Catharijne Convent in Utrecht, waar
gegevens over alle belangrijke kerkelijk erfgoed in Nederland verzameld en
bewaard worden, staat het kruis als volgt omschreven: ‘Prachtig corpus, hoofd
met grote doornenkroon, gespleten baard en snor, haar in twee strengen, strak
staande, musculatuur en ribben aangegeven, wapperende doorgehaalde lendendoek,
voeten met een spijker achter het kruis’. De conditie van het kruis wordt
‘goed’ genoemd, met de aantekening dat de polychromie - oude, kleurige
verflagen - verwijderd is in 1980 en nog eens (na een nieuwe schilder beurt?)
in 2021.
Behalve
dat het kruis van eikenhout is, er dus al in 1980 hing, en er voor die tijd in
ieder geval anders uit heeft gezien, weten we eigenlijk niet zoveel over de
herkomst en eventueel de maker. Volgens de beschrijving in de ‘Kerkcollctie
digitaal’ zou het corpus gemaakt zijn naar voorbeeld van het werk van de
Meester van Beek in de periode 1500-1550. ‘Meester van Beek’ is geen echte
persoonsnaam, maar een zogenoemde ‘noodnaam’, gebruikt voor een anonieme
laat-middeleeuwse beeldensnijder, vernoemd naar een uit hout gesneden
calvariegroep in de kerk van het Belgisch-Limburgse Beek. Het beeld dat het
voorbeeld vormde voor het kruis bij de kerk in Bemelen vertoont stijlkenmerken
die overeenkomen met die calvariegroep, en is dus waarschijnlijk afkomstig uit
dezelfde traditie of hetzelfde atelier. Maar, zoals gezegd, het Bemelense kruis
is gemaakt in die stijl, maar van latere datum. Hoeveel later, dat is niet
duidelijk.
Waaróm
het kruis tegen de kerkmuur is aangebracht, verraadt de tekst op het voetstuk:
‘Ter nagedachtenis aan de overledenen der familie Neys’. De uit Maastricht en
Luik afkomstige familie Neys, wier grafkelder pal tegenover het kruis ligt,
bewoonde van 1869 tot 1984 het monumentale buitengoed Gasthuis. De zeer
gelovige familie onderhield nauwe banden met de kerk. Na de bouw van de huidige
parochiekerk in 1845 was er niet al te veel geld meer beschikbaar voor de
inrichting. In 1855 - volgens andere bronnen in 1848 - werd het hoofdaltaar
echter geschonken door de Hoogwelgeboren Vrouwe Julie Neys, geboren baronesse
de Bounam de Rijckholt, en haar zoon Marie Leopold Posthuma Neys. Ook de
veertien kruiswegstaties, en waarschijnlijk nog een aantal andere stukken van
de inventaris, zoals een kaarsenluchter, werden door hen geschonken.






