EEN VREEMD GEVAL
Het verhaal van Bemelen
EEN VREEMD GEVAL…
November 1927. De Limburger Koerier is er als eerste bij, maar vrijwel alle Nederlandse kranten, van nationaal tot regionaal, volgen snel. Bemelen is even groot in het nieuws. En vrijwel overal onder de kop ‘Een vreemd geval…’
‘Op een stal der kinderen H. op het Gasthuis te Bemelen heeft zich een vreemd geval voorgedaan. Binnen de acht dagen zijn daar 8 paarden gestorven of afgemaakt moeten worden’, meldde de Limburger Koerier. ‘De paarden werden ziek, gingen liggen en binnen de twaalf uur waren ze dood, zonder verschijnselen van pijnen of krampen te vertoonen. Er waren er zelfs bij die stierven met het voer in den bek. Vier der dieren konden nog tijdig worden afgemaakt en aan een paardenslager verkocht.’
Dat zo’n plaatselijke gebeurtenis kon uitgroeien tot landelijk nieuws, had vooral te maken met de status die paarden genoten. Paarden waren enerzijds luxe en een statussymbool – voor de welgestelden – maar anderzijds ook onmisbaar als, letterlijk, paardenkrachten in de landbouw. Voor boeren waren paarden, naast grond, een belangrijk deel van het bedrijfskapitaal.
Aanvankelijk ging vrijwel iedereen ervanuit dat het ‘vreemd geval’ in Bemelen veroorzaakt was door een vorm van vergiftiging. Een professor van de Veeartsenijkundige Hogeschool in Utrecht constateerde in eerste instantie echter niets opmerkelijks na een onderzoek van hart, longen en lever. Ook van een of andere besmettelijke ziekte leek geen sprake te zijn. Wat, zoals het tegenwoordig ook vaak gaat, leidde tot allerlei speculaties en complottheorieën.
Die kregen nog extra brandstof toen het Limburgs Dagblad wist te melden dat in het slachthuis in Heerlen, waar de vier nog levende paarden heen waren gebracht voor de slacht, bij twee van de dieren een steekwond in de hals en bij twee andere een messteek in de darmen was geconstateerd. De marechaussee was ingeschakeld om de zaak nader te onderzoeken, meldde de krant.
Gevolg: een oplaaiend vuur van roddel, achterklap en verdachtmakingen, waarbij ‘de kinderen H.’ ineens werden aangeduid met hun volledige naam: Huntjens. De Limburger Koerier meldde dat ‘de verdenking van schandelijk lage kwaadwilligheid is opgedoken, en men meent, gelooven wij, met grond te mogen veronderstellen, dat de geheimzinnige ziekte inderdaad een gemeene mishandeling was.’
Die verdachtmakingen moeten het leven er voor de kinderen Huntjens niet prettiger op hebben gemaakt. Zij werden uiteindelijk uit hun lijden verlost toen nader onderzoek uiteindelijk uitwees dat voedervergiftiging de doodsoorzaak was. Een bacteriële besmetting, op weg geholpen door schimmelige haver of hooi, mogelijk ook door slecht drinkwater. Dat paste bij alle symptomen die de paarden vertoonden. Ook verder onderzoek van justitie leidde niet tot een andere conclusie.
De kranten moesten toegeven dat ze ‘misschien’ wat snel waren geweest met hun beschuldigende vinger. ‘De meening dat de paarden zouden zijn gestorven tengevolge van mishandeling of verwonding, kunnen wij gerust naar het land der fabels verwijzen’, gaf het Limburgs Dagblad toe. En de kinderen Huntjens lieten via een advertentie in de kranten weten dat hun verzekeringsmaatschappij ‘De Oude Zwolsche van 1895’, tevreden was met de resultaten van het onderzoek. ‘Ons werd de volledige schadevergoeding prompt uitbetaald.’
Waarmee het ‘vreemd geval’ dus minder vreemd eindigde dan het begon.
De foto's:
- Paarden waren begin vorige eeuw onmisbaar en dus waardevol. (foto archief stichting Heemkunde Bemelen)
- Advertentie in de Limburger Koerier van 15 december 1927.
Heemkunderubriek Tump februari 2025








