KRUISEN MET EEN VERHAAL
Het verhaal van Bemelen
KRUISEN MET EEN VERHAAL
Wegkruisen. In Limburg staan ze zo ongeveer op iedere hoek. Herinneringen aan de katholieke cultuur die van oudsher deel heeft uitgemaakt van het dagelijkse leven in deze provincie. Stukjes cultureel erfgoed, allemaal met een eigen verhaal.
Ook Bemelen is ruim voorzien van wegkruisen. Omdat ze een belangrijke rol spelen in ‘het verhaal’ van het dorp en zijn bewoners, beschouwt de stichting Heemkunde Bemelen het behoud van deze monumentjes als een van haar voornaamste taken. Kruisen worden waar nodig – en in samenwerking met omwonenden en andere belanghebbenden – schoon gemaakt, onderhouden, gerestaureerd.
Een van de wegkruisen die in dat kader onze aandacht hebben, staat in de berm van wat ooit de hoofdweg tussen Bemelen en het Gasthuis was, maar nu niet meer dan een voetpad is. Wie langs het oude gemeentehuis de Bemelerberg – de ‘slingerberg’ – op wandelt, ziet in de tweede bocht een onverharde aftakking naar rechts, steil tegen de helling oplopend. Op de helft van die klim is er weer een zijpaadje naar rechts. Wie dat volgt, ziet op een gegeven moment rechts in de berm het wegkruis staan.
‘Op den 5 febr. 1889 is alhier overleden J.W. Sleijpen geb. te Bemelen den 26 april 1857’. Een simpele tekst, waar een treurig verhaal achter schuilt. Op 5 februari 1889 waren drie broers uit het landbouwersgezin Sleijpen van het Gasthuis met een zwaar beladen kar, getrokken door drie paarden, onderweg naar Maastricht toen het op de plek waar nu het wegkruis staat helemaal mis ging.
Over wat er precies gebeurde, liepen de meningen in de regionale en landelijke pers destijds enigszins uiteen. Omdat de weg nogal steil omlaag ging, hielden de broers ieder één paard bij de teugel. ‘Het voorste paard schrikte van rundvee dat zich op den weg bevond, en de twee andere paarden begonnen daarop te steigeren en te hollen, waardoor de drie begeleiders van de voeten raakten’, meldde de Provinciale Drentsche en Asser Courant. Maar Het Vaderland berichtte: ‘Op genoemde plaats brak de ketting, die als remtoestel dienst deed; dientengevolge konden de paarden het voertuig niet tegenhouden en snelden in woeste vaart voort.’ Geen woord over rundvee op de weg. Was het breken van de remketting oorzaak van het op hol slaan van de paarden, of een gevolg daarvan?
Hoe het ook zij, voor Joannes Wilhelmus Hubertus Sleijpen, nog geen 32, de jongste van de drie bij het ongeval betrokken broers, kende het ongeval een fatale afloop. De zwaarbeladen kar denderde dwars over zijn onderlijf. Hij stierf ter plekke. Een van zijn broers kwam met een arm onder een karrenwiel terecht. De derde raakte ernstig gewond aan zijn hoofd en liep zware kneuzingen op. Hij zweefde enkele dagen op het randje tussen leven en dood.
Het ongeval maakte diepe indruk in de kleine agrarische gemeenschap van Bemelen en het Gasthuis. Natuurlijk in de eerste plaats bij de zwaar getroffen familie. De krant Het Nieuws van de Dag wist als enige een opmerkelijk aspect te melden: een zus van de slachtoffers werd opgevoerd als getuige van het ongeval. ‘Zij lijdt sedert dien tijd aan zwaarmoedigheid’, meldde de krant. Reisde zij met de broers mee, was ze toevallig ter plekke? Of is haar rol als getuige er later bij verzonnen door een verslaggever die het drama nog wilde aandikken? Het zal altijd een raadsel blijven.
Zoals gezegd: elk wegkruis heeft zijn verhaal.
Foto-bijschriften:
- Het ongevalskruis dat herinnert aan de dood van Joannes Wilhelmus Hubertus Sleijpen (foto Peter Urlings)
- De gerestaureerde tekst op de betonnen sokkel van het kruis (foto Frans Merken)
Heemkunderubriek Tump maart 2025








