De spanning van het zoeken
Het verhaal van Bemelen
DE SPANNING VAN HET ZOEKEN
Eigenlijk is heemkunde een kwestie van graven, spitten, zoeken. Graven in de geheugens van mensen, op zoek naar herinneringen en verhalen. Graven in archieven, op zoek naar gebeurtenissen die aan de wortel liggen van het dorp zoals we dat nu kennen. En soms ook letterlijk graven, in de grond, op zoek naar sporen van het doen en laten van onze voorouders.
Je ziet ze regelmatig rondlopen op braakliggend akkerland. Mannen – meestal mannen – met een metaaldetector, speurend naar… Ja, naar wat? Frans Merken van de stichting Heemkunde Bemelen is een van die ‘detectoristen’. Wat is voor hem de essentie van het werken met een metaaldetector? “Je loopt als het ware door de geschiedenis. In de voetsporen van vroegere bewoners. Dat is heel bijzonder.”
Zelf zoekt hij vaak op plekken waar in het verleden iets specifieks gebeurd is. “Een veldslag tijdens een van de vele oorlogen die hier in de omgeving hebben plaatsgevonden, dat soort dingen. Maar ik vind de Romeinse tijd het interessantste. De Romeinen hebben zóveel invloed gehad op de cultuur en de infrastructuur in deze regio.” Ook in Bemelen en de directe omgeving zijn sporen uit die tijd te vinden, zegt Frans Merken stellig. “Gegarandeerd. Maar het ligt vaak te diep. Op veel plaatsen is in het verleden grond van de hellingen afgespoeld, en die is als een dikke extra laag op de bodem in het dal afgezet. Met een detector kom je maximaal dertig centimeter diep. Dieper mág je wettelijk ook niet.”
Er zijn meer regels. Zo mag je bijvoorbeeld niet met een metaaldetector op pad in waardevolle natuurgebieden, in terreinen waar onontplofte oorlogsmunitie kan liggen, of op plekken van grote oudheidkundig/wetenschappelijke waarde zijn. Veel detectorwerk speelt zich af op landbouwgrond. Ook daar gelden beperkingen. “Je zoekt alleen als het akkerland niet in gebruik is, dus vóór het zaaien en ná de oogst. Ik vraag altijd toestemming aan de eigenaar. Ik leg uit wat ik wil doen en probeer ook interesse te wekken voor wat ik van plan ben. Als je iets vindt, dan maak je het gat weer netjes dicht. Kortom: je veroorzaakt geen overlast en geen schade”
De spanning van het zoeken en het plezier van het vinden. Dat is dus de essentie. Maar toch: een goudschat vinden… Is dat niet de droom van elke ‘detectorist’? “Mij boeit dat niet echt. Gewone dingen uit het alledaagse leven van vroeger vind ik veel interessanter. Ik zal niet ontkennen dat het wel sjiek zou zijn om iets echt bijzonders te vinden. Maar als je het alleen daarvoor doet, zul je meestal teleurgesteld worden. Bij mij telt vooral de nieuwsgierigheid. En nooit precies weten waar je mee thuis komt.”
Zoals de merkwaardige ijzeren voorwerpen op bijgaande foto, gevonden op een akker langs de weg van Bemelen naar het Gasthuis. “Niemand wist wat het waren. Er kwamen wel allerlei suggesties van mede-‘detectoristen’, maar daar zat geen overtuigend antwoord bij. Een raadsel, dus.” En dan helpt het toeval soms een handje. “Marcel Nijskens van ’t Rooth was hier op bezoek, en ik liet hem mijn verzameling vondsten zien. Hij wees op die onbekende voorwerpen en vroeg: die contragewichten, wat moet je daarmee?” De geheimzinnige metalen voorwerpen bleken helemaal niet zo geheimzinnig. Het zijn contragewichten die op een (ouderwetse) zaaimachine – zie tekening – waren bevestigd om de zaadpijpen zó ver naar beneden te drukken dat de zaadjes ook goed in de bodem terechtkwamen. Simpel. Als je het weet…
Heemkunderubriek Tump mei 2025








