Laurentius met of zonder Kermis
Het verhaal van Bemelen
LAURENTIUS MET / ZONDER KERMIS
De vraag duikt ieder jaar op tijdens de winterkermis in Bemelen: waarom heeft Sint-Antonius Abt – Sint Teunis – zijn kermis, en de eerste patroonheilige en naamgever van de kerk, Sint-Laurentius, niet? Ook vorige maand, toen de den werd geplaatst en de processie uittrok, kwam die vraag weer op. Wel een winterkermis met Sint-Teunis, maar een zomerkermis in juni, op Drievuldigheidszondag (de eerste zondag na Pinksteren), en dus niet op de naamdag van Sint-Laurentius, 10 augustus. Hoezo?
Om te beginnen: het is niet altijd zo geweest. Dat valt af te leiden uit de stukken van een strafproces dat in 1791 diende voor het Brabants Hooggerecht in Maastricht. Daar stond ene Christiaan Dolmans uit Scharn terecht wegens doodslag op Johannes Willems uit Bemelen. Een fragment uit die stukken (vrij vertaald): ‘Zondag 14 augustus, zijnde kermiszondag, werd aldaar (in Bemelen, dus) ter herberge van Ludovicus Snoeck in den namiddag in de weide de gans geworpen. (…) Dit spel, alsmede de kermis, lokte meerdere deelnemers en toeschouwers.’ En bij een dronken handgemeen, waarbij meerdere personen betrokken waren, liep Johannes Willems dermate ernstige verwondingen op dat hij een paar dagen later overleed. Toen was er dus nog een Laurentiuskermis.
Wanneer de zomerkermis precies werd verplaatst naar juni hebben we (nog) niet kunnen achterhalen. Maar in de Nederlandsche Staatscourant van augustus 1866 werd gemeld dat er vanwege een cholera-epidemie in Nederland in Bemelen dat jaar ‘geene feestvieringen bij gelegenheid der kermis’ (toen nog rond de feestdag van Laurentius, dus) waren toegestaan. De eerste krantenreclame voor een zomerkermis in juni vonden we in 1897. Daarna was er even sprake van een overgangstijd. In 1902, bijvoorbeeld, was er zowel een juni-kermis als, op 10 augustus, een Laurentiuskermis. Maar daarna bleef het zwaartepunt, op enkele vergeefse ‘herstelpogingen’ van de Laurentiuskermis in de jaren ’60 en ’80 van de vorige eeuw na, toch op Drievuldigheidszondag liggen.
Het is niet uitgesloten dat de verplaatsing van de zomerkermis, in combinatie met een verhoogde belangstelling voor de tweede patroonheilige van de kerk, Sint-Antonius Abt, bij het ‘gewone volk’ tot verminderde aandacht voor Laurentius heeft geleid. De bedevaarten vanuit de verre omtrek naar de zegening van het Teunisbrood in Bemelen, ter bescherming tegen veeziekten, met alle kermisvermaak eromheen, bovendien in een jaargetijde waarin er op het land weinig werk was, zal in een agrarische omgeving meer aangesproken hebben.
Niet dat Sint-Laurentius helemaal in het vergeetboek is beland. De heilige met het rooster – waarop hij volgens de overlevering in het jaar 258 de marteldood is gestorven – is nog steeds naamgever van de kerk, waarin hij onder meer is afgebeeld op een gebrandschilderd raam en een schilderij (in 1683 of 1688 gemaakt door ene Van den Boorn of Van den Bosch). Ook bezit de kerk een fraaie reliekhouder – geschonken in 1742 door of namens de graaf en gravin van Tilly – met (waarschijnlijk) een botsplinter van de heilige.
Ook buiten de kerk blijft de naam van Sint Laurentius leven. Er is, om maar wat te noemen, een straat naar hem vernoemd, en de harmonie draagt zijn naam. Dat er van oudsher een hechte band was tussen kerkelijk en wereldlijk gezag in Bemelen blijkt wel uit het oudst bekende zegel van de schepenbank van Bemelen (uit 1388), waarop een afbeelding van Sint-Laurentius prijkt (zie tekening) naast Maria (namens de grondheer van Bemelen, het kapittel van Onze Lieve Vrouw).
Maar toch… In de late jaren ’50 van de vorige eeuw, de tijd van beginnende ontkerkelijking, was de belangstelling voor Laurentius zodanig gedaald dat pastoor Jacob Peters (pastoor van 1929 tot 1962) het nodig achtte om actie te ondernemen. In 1958, bij het 17de eeuwfeest van de marteldood van Laurentius, vond in de kerk van Bemelen in dat kader een driedaagse periode van gebed en bezinning – een triduüm – plaats. De belangstelling viel zwaar tegen. Evenals de belangstelling voor de boekjes over het leven van Laurentius die pastoor Peters speciaal voor zijn parochianen aanschafte, à raison van 1,75 gulden per stuk. Hij schreef in zijn dagboek: ‘Ik had 100 exemplaren besteld, denkende dat ieder gezin van Bemelen zo een boekje zou nemen. Maar jawel, het tegendeel is gebleken, zodat ik met veel boekjes ben blijven zitten…’
Op een ander ‘front’ boekte de pastoor wél een succesje. Hij spoorde de ouders van borelingen aan om in de doopnamen van hun kind ook Laurentius op te nemen. Van de Bemelenaren die eind jaren ’50, begin jaren ’60 geboren werden, draagt dan ook een opvallend aantal de naam van de patroonheilige van de parochie met zich mee.
Afbeeldingen:
- Het gebrandschilderd raam met de afbeelding van de H. Laurentius en diens reliek in een fraai vormgegeven reliekhouder.
- Het oudste zegel van de schepenbank van Bemelen, naar het origineel getekend door wijlen Jan van Gils, met de afbeelding van Laurentius.
Heemkunderubriek Tump juli 2025








